Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BH9289

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6218 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV in proceskosten wegens gedeeltelijke tegemoetkoming

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Vervolgens trok zij het hoger beroep in omdat het UWV gedeeltelijk aan haar bezwaren tegemoet was gekomen. De Raad stelde vast dat op grond van artikel 8:75a Awb in samenhang met artikel 21 Beroepswet Pro het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens gedeeltelijke tegemoetkoming kan worden veroordeeld in de proceskosten.

Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid om een verweerschrift in te dienen. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het onderzoek gesloten. De Raad achtte de voorwaarden aanwezig om het UWV te veroordelen in de proceskosten van appellante wegens verleende rechtsbijstand.

De proceskosten werden begroot op € 644,-- in beroep en € 644,-- in hoger beroep, in totaal € 1.288,--. De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante. De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier P.N. Rijnsewijn, op 25 maart 2009.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.288,-- aan proceskosten aan appellante wegens gedeeltelijke tegemoetkoming.

Uitspraak

07/6218 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante)
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 27 september 2007, 07/658 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 25 maart 2009.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. B.J.M. de Leest, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 24 november 2008 heeft voornoemde gemachtigde namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv gedeeltelijk aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
De Raad acht termen aanwezig om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante wegens verleende rechtsbijstand, begroot op € 644,-- in beroep en € 644,-- in hoger beroep, in totaal derhalve € 1.288,--.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsorgaan werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.288,--, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier, uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2009.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
BvW