ECLI:NL:CRVB:2009:BH9297
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen terugvordering te veel betaalde uitkering Wet vervolgingsslachtoffers
Appellante, weduwe van een vervolgingsslachtoffer, ontving vanaf 1 januari 2003 een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. In een berekeningsbeslissing van 31 december 2006 werd de uitkering over 2004 definitief vastgesteld en een bedrag van €1.485,65 teruggevorderd wegens te veel betaalde uitkering. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit werd deels gegrond verklaard voor een bedrag van €1.066,07, dat niet meer werd teruggevorderd vanwege late verwerking van door haar verstrekte gegevens. Het overige bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad overwoog dat het resterende bedrag van €419,58 betrekking had op een te veel betaalde uitkering over 2003, welke al definitief was vastgesteld bij besluit van 30 november 2004 en waarover reeds terugvordering had plaatsgevonden. Daarom kon hierover bij de berekeningsbeslissing van 31 december 2006 geen nieuw besluit worden genomen, en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Gezien deze feiten verklaarde de Centrale Raad van Beroep het beroep van appellante ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van te veel betaalde uitkering wordt ongegrond verklaard.