ECLI:NL:CRVB:2009:BH9336
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV in proceskosten
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank, maar heeft deze beroepen ingetrokken nadat het UWV geheel aan haar verzoek is tegemoetgekomen. De Raad overweegt dat het intrekken van het hoger beroep gerechtvaardigd is en dat het UWV op verzoek van appellante kan worden veroordeeld in de proceskosten die redelijkerwijs zijn gemaakt voor de behandeling van het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het UWV reeds door de rechtbank is veroordeeld tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand in eerste aanleg, waardoor de vergoeding in hoger beroep beperkt blijft tot de kosten van het hoger beroep zelf. De proceskosten worden begroot op € 644,--.
De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van dit bedrag aan appellante. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten met instemming van partijen, en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 25 maart 2009.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 644 aan proceskosten aan appellante wegens intrekking van het hoger beroep.