ECLI:NL:CRVB:2009:BH9339
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellant, geboren in 1929 in voormalig Nederlands-Indië, diende in december 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Verweerster wees deze aanvraag bij besluit van 6 juni 2007 af, omdat appellant geen vervolging had ondergaan zoals bedoeld in de Wet en niet voldeed aan de nationaliteitseisen.
Appellant stelde dat hij als vervolgde moest worden aangemerkt vanwege zijn verplichte tewerkstelling bij machinefabriek Braat N.V. te Soerabaya en het meemaken van een bombardement in mei 1944. Tevens voerde hij aan dat zijn gezin zich als waarlijke Nederlanders had gedragen.
De Raad overwoog dat onder vervolging wordt verstaan handelingen van de vijandelijke bezetter gericht tegen personen op grond van ras, geloof of Europese afkomst, die leiden tot opsluiting of permanente bewaking. De omstandigheden bij Braat N.V. voldeden hier niet aan, aangezien geen sprake was van permanente bewaking en appellant en zijn broer dagelijks met de fiets naar hun werk gingen, een identiteitskaart hadden en betaald werden.
De oorlogservaringen van appellant stonden te ver af van het begrip vervolging zoals de Wet dat definieert. Daarom liet de Raad in het midden of appellant voldeed aan de nationaliteitseisen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van vervolging in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.