ECLI:NL:CRVB:2009:BH9350
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WUV-uitkering wegens ontbreken van bewijs onderduik om vervolging te ontlopen
Appellanten hebben een aanvraag ingediend voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, stellende dat zij tijdens de bezettingsperiode met hun ouders in een woonwagen rondtrokken om vervolging te ontlopen.
Verweerster wees de aanvragen af omdat niet was aangetoond dat appellanten vervolging op grond van ras, geloof of wereldbeschouwing hadden ondergaan. Appellanten beriepen zich op het begunstigende beleid ten aanzien van vol- en half-zigeuners, maar de Raad oordeelde dat dit beleid niet zonder meer op hen van toepassing was omdat slechts één grootouder tot de Sinti-gemeenschap behoorde.
De Raad stelde vast dat op grond van feitelijk onderzoek niet is gebleken dat het gezin daadwerkelijk ondergedoken is geweest om vrijheidsberoving op grond van ras te ontlopen. Daarom zijn de beroepen ongegrond verklaard. Tevens is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
De uitspraak bevestigt dat het begunstigende beleid niet automatisch geldt zonder bewijs van onderduik en dat feitelijk onderzoek noodzakelijk is om aanspraak op de WUV-uitkering te maken.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van bewijs van onderduik om vervolging te ontlopen.