ECLI:NL:CRVB:2009:BH9363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R. Kruisdijk
- F.P. Dresselhuys-Doeleman
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling urenbeperking bij chronisch pijnsyndroom
Betrokkene viel in 2000 uit wegens nekklachten en emotionele problemen na een whiplashtrauma. Aanvankelijk werd een urenbeperking van circa 20 uur per week aangenomen, maar later werd deze ingetrokken. Het UWV stelde dat een urenbeperking bij betrokkene, die lijdt aan een chronisch benigne pijnsyndroom, antirevaliderend werkt en daardoor niet medisch noodzakelijk is.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV omdat onvoldoende was gemotiveerd waarom de urenbeperking werd opgeheven en onvoldoende rekening was gehouden met een mogelijke gewenningsperiode. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV al in de heroverwegingsfase voldoende en overtuigend heeft gemotiveerd waarom een urenbeperking niet passend is, mede op grond van rapportages van bezwaarverzekeringsartsen.
De Raad stelt dat het aannemen van een gewenningsperiode niet aan de orde is omdat dit feitelijk neerkomt op het accepteren van een urenbeperking zonder medische noodzaak. Tevens beoordeelt de Raad dat de geduide functies medisch passend zijn en de beperkingen van betrokkene niet overschrijden. De Raad vernietigt de opdracht aan het UWV om een nieuw besluit te nemen, bevestigt de rest van de uitspraak van de rechtbank en laat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De Raad vernietigt de opdracht tot hernieuwde beslissing, bevestigt de rest van het vonnis en laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit in stand.