ECLI:NL:CRVB:2009:BH9367
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking WAO-uitkering wegens ontoereikende medische grondslag
Appellante, arbeidsongeschikt verklaard sinds 2001, kreeg in 2005 haar WAO- en WAJONG-uitkeringen ingetrokken door het UWV op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege gebrekkige arbeidskundige motivering en beval een hernieuwde beslissing.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met haar psychische aandoeningen, waaronder een borderline persoonlijkheidsstoornis en depressieve klachten. Het UWV handhaafde het besluit. De Raad schakelde een onafhankelijke deskundige in, die de diagnose posttraumatische stressstoornis stelde, maar geen persoonlijkheidsstoornis, en concludeerde dat appellante de geselecteerde functies kon verrichten.
De Raad oordeelde dat het eerste besluit op een ontoereikende medische grondslag berustte en vernietigde het, evenals het tweede besluit, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het tweede besluit in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beide besluiten tot intrekking van de WAO-uitkering worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het tweede besluit blijven in stand.