ECLI:NL:CRVB:2009:BH9998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en urenbeperking bij arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving een WAO-uitkering wegens zwangerschaps- en rugklachten, met een aanvankelijke arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordelingen in 2003 en 2005 werd de uitkering herzien naar 15-25% en later naar 25-35%, waarbij de urenbeperking werd geschrapt. De rechtbank vernietigde eerdere besluiten wegens onvoldoende motivering, met name over de urenbeperking.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit met een nadere medische en arbeidskundige onderbouwing, waarin werd gesteld dat het dagverhaal op zich geen zelfstandige reden is voor herziening en dat de urenbeperking niet langer nodig was. Appellante voerde aan dat haar medische situatie ongewijzigd was en dat de urenbeperking gehandhaafd moest blijven.
De Raad oordeelde dat het dagverhaal altijd in samenhang met andere medische gegevens moet worden beoordeeld en dat het enkele bestaan van energetische beperkingen niet automatisch een urenbeperking rechtvaardigt. De rapporten van de bezwaarverzekeringsarts boden een toereikende onderbouwing voor het laten vervallen van de urenbeperking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot herziening van de WAO-uitkering en het laten vervallen van de urenbeperking wordt bevestigd.