ECLI:NL:CRVB:2009:BI0055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische behandeling
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% met ingang van 30 juli 2006. De rechtbank Zutphen vernietigde dit besluit wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen door schouderklachten werden onderschat en dat er onvoldoende onderzoek naar haar psychische toestand was gedaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank de bezwaren van appellante voldoende had gemotiveerd en dat de medische en arbeidskundige grondslagen toereikend waren. De brief van de orthopeed over de situatie in augustus 2007 was niet relevant voor de situatie op de peildatum 30 juli 2006. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat passende beperkingen waren vastgesteld en dat verdere behandeling geen aanleiding gaf tot het vaststellen van zwaardere beperkingen.
Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarmee het hoger beroep had kunnen worden geschorst of aangehouden.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%.