ECLI:NL:CRVB:2009:BI0056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting herstelgedrag en urenbeperking
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid was teruggebracht van 65-80% naar 35-45%. De rechtbank had het bezwaar ongegrond verklaard en deze uitspraak is in hoger beroep bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht het verzekeringsgeneeskundig protocol aspecifieke lage rugpijn heeft toegepast, omdat dit protocol sinds 6 maart 2006 van kracht is en het bestreden besluit pas per 26 december 2006 inging. Er was geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel door terugwerkende kracht.
Verder werd het herstelgedrag van appellant bij de beoordeling van zijn belastbaarheid betrokken, wat volgens de Raad geoorloofd is binnen de Standaard Verminderde Arbeidsduur. De Raad vond de motivering van de bezwaarverzekeringsarts voldoende, die stelde dat het energieverlies van appellant vooral verband hield met inadequaat herstelgedrag en niet met medische beperkingen.
Ten slotte werd de geschiktheid van de functies vleeswarenmaker, slachter en visverwerker bevestigd, omdat appellant in een normaal tempo moet kunnen werken en geen overschrijding van het handelingstempo was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; herziening WAO-uitkering bevestigd zonder urenbeperking.