ECLI:NL:CRVB:2009:BI0092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering ondanks instandhouding rechtsgevolgen
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek wegens rugklachten en werd door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen beoordeeld. Het UWV besloot op basis van deze rapporten de WIA-uitkering te weigeren omdat appellant voldoende arbeidsmogelijkheden zou hebben. Appellant maakte bezwaar en bracht aanvullende medische rapporten in, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn grieven en voerde aan dat het UWV te vroeg had beslist zonder alle medische informatie af te wachten en dat zijn beperkingen werden onderschat. De Raad onderschreef de medische beoordeling van het UWV, maar stelde vast dat een arbeidskundig rapport dat voldoet aan de eisen van helderheid, toetsbaarheid en verifieerbaarheid pas in hoger beroep was overgelegd.
Op grond van vaste rechtspraak vernietigde de Raad het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 april 2009.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WIA-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.