ECLI:NL:CRVB:2009:BI0093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant meldde zich ziek voor werkzaamheden als schoonmaker en nam later een andere baan aan via een uitzendbureau, waar hij zich opnieuw ziek meldde wegens pijn in het linker bovenbeen. Het UWV besloot op 21 november 2006 dat appellant geen recht meer had op ziekengeld omdat hij geschikt was voor zijn werk. Dit besluit werd na bezwaar gehandhaafd.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het UWV volgens hem was uitgegaan van een juiste werkomschrijving en het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV een onjuiste werkomschrijving gebruikte en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, verwijzend naar een brief van een orthopedisch chirurg.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV terecht was uitgegaan van een juiste werkomschrijving gebaseerd op informatie van het uitzendbureau en de werkgever. De medische rapportages van de bezwaarverzekeringsartsen waren overtuigend en zorgvuldig, en er waren geen nieuwe medische gegevens die het standpunt van het UWV konden weerleggen.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd. Er was geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten. De Raad bevestigde het besluit dat appellant vanaf 20 november 2006 geen recht meer had op ziekengeld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om het recht op ziekengeld te beëindigen wordt bevestigd.