ECLI:NL:CRVB:2009:BI0265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante, die zich in 1999 ziek meldde met rug-, nek- en schouderklachten, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. In 2006 trok het UWV deze uitkering in na een deskundigenonderzoek door een orthopedisch chirurg, die geen beperkingen vaststelde.
Appellante maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep stelde appellante dat het UWV in strijd met het verzekeringsgeneeskundig protocol aspecifieke lage rugpijn handelde door geen beperkingen meer te erkennen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de rechtbank en vond geen aanwijzingen dat het onderzoek onzorgvuldig of onvolledig was. Het verslag van de orthopedisch chirurg toonde geen diagnose of functionele beperkingen. De Raad concludeerde dat het protocol geen aanleiding gaf tot een andere beoordeling en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.