ECLI:NL:CRVB:2009:BI0288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren zonder bijzonder geval
Appellante, geboren in 1940 en woonachtig in Suriname, heeft een AOW-pensioen aangevraagd dat met ingang van augustus 2005 werd toegekend met een korting van 98% vanwege 49 niet-verzekerde jaren. De Sociale verzekeringsbank (Svb) oordeelde dat appellante niet verzekerd was omdat zij geen ingezetene was volgens artikel 2 van Pro de AOW gedurende de betreffende periodes.
Appellante stelde in hoger beroep dat Nederland tot de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 verantwoordelijk was voor haar oudedagsvoorziening en dat er sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid tussen Nederlanders in Europees Nederland en overzeese gebiedsdelen. Tevens voerde zij aan dat haar onbekendheid met het recht op AOW-pensioen een bijzonder geval vormde dat een terugwerkende kracht van meer dan één jaar rechtvaardigde.
De Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (LJN BD8827) en oordeelt dat de argumenten van appellante niet tot een ander oordeel leiden. De onbekendheid met het recht op AOW-pensioen wordt niet als bijzonder geval erkend. De rechtbank heeft terecht overwogen dat appellante zich had moeten informeren over haar aanspraken.
Daarom wordt het hoger beroep afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting op het AOW-pensioen bevestigd.