ECLI:NL:CRVB:2009:BI0325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet opgegeven en/of-rekeningen met moeder
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam ontdekte dat appellant niet alle bankrekeningen had opgegeven, waaronder twee en/of-rekeningen met zijn moeder die op 30 januari 2006 overleed.
Het College trok de bijstand over de periode 1 januari 2005 tot 30 april 2006 in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug omdat appellant beschikte over vermogen boven de vrijlatingsgrens en dit niet had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de tegoeden uitsluitend bestemd waren voor de kosten van zijn moeder en dat hij op advies een en/of-rekening had geopend. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij niet over de tegoeden beschikte en dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde.
De Raad bevestigde het beleid van het College en vond geen reden om daarvan af te wijken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van bijstand en terugvordering bevestigd.