ECLI:NL:CRVB:2009:BI0347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens overschrijding inkomensgrens bij zorg in PGB-relatie
Appellante, die vanuit een persoonsgebonden budget (PGB) zorg inkopen deed, had een arbeidsovereenkomst met haar dochter voor zorgverlening. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde kinderbijslag toe te kennen omdat het inkomen van de dochter de wettelijk vastgestelde inkomensgrens overschreed, waardoor zij niet in belangrijke mate werd onderhouden.
De rechtbank vernietigde eerdere besluiten van de Svb vanwege een onjuist inkomensbegrip en bepaalde dat inkomsten toegerekend moeten worden aan het kwartaal waarin ze zijn betaald, niet waarin de werkzaamheden zijn verricht. De Svb nam vervolgens een nieuw besluit dat de bezwaren ongegrond verklaarde, met toepassing van deze toerekeningsregel.
In hoger beroep betwistte appellante de toerekening van het loon en voerde zij onder meer aan dat rekening gehouden moest worden met een vakantievrijstelling. De Raad oordeelde dat de vakantievrijstelling niet van toepassing was en dat het loon van de dochter vorderbaar en inbaar was in de betreffende kwartalen, ongeacht op welke bankrekening de betalingen plaatsvonden.
De Raad wees het beroep af en bevestigde dat de inkomensgrens was overschreden, waardoor appellante niet in belangrijke mate haar dochter heeft onderhouden en de kinderbijslag terecht werd geweigerd. Tevens werd het verzoek van appellante om telefonisch deel te nemen aan de zitting afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van kinderbijslag bevestigd wegens overschrijding van de inkomensgrens.