ECLI:NL:CRVB:2009:BI0354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam om herziening van het besluit tot intrekking van zijn bijstandsuitkering per 1 juni 2004. Hij stelde dat hij ten onrechte was gekort omdat hij minder had gewerkt dan het College aannam, mede onderbouwd met informatie van de Belastingdienst.
Het College wees het verzoek af op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de informatie van de Belastingdienst wel degelijk nieuw was en het besluit onterecht was genomen. De Raad oordeelde echter dat deze verklaring op zichzelf geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt. Bovendien had appellant deze stelling eerder kunnen aanvoeren bij bezwaar tegen het oorspronkelijke besluit.
De Raad concludeerde dat het College bevoegd was het verzoek af te wijzen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op het besluit tot intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.