ECLI:NL:CRVB:2009:BI0583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van korting op WAO-uitkering wegens vergoeding gemeenteraadslid
Appellant ontvangt sinds 1994 een WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35 tot 45%. Vanaf 31 augustus 2006 is appellant tijdelijk werkzaam bij een werkgever in het kader van de Wet sociale werkvoorziening en ontvangt daarnaast een vergoeding als gemeenteraadslid.
Het UWV heeft bij besluit van 5 september 2006 de WAO-uitkering van appellant verlaagd naar de klasse van 15 tot 25% arbeidsongeschiktheid, waarbij een bedrag van €500,64 van de raadsvergoeding als inkomen werd aangemerkt en €143,22 als onkostenvergoeding. Appellant maakte bezwaar tegen deze inkomensaanmerking omdat hij meent dat de vergoeding volledig een onkostenvergoeding betreft.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde dat de vergoeding als gemeenteraadslid inkomen is in de zin van artikel 44 WAO Pro. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel in hoger beroep en wijst erop dat eerdere jurisprudentie deze kwalificatie ondersteunt. De Raad verwerpt tevens de discriminatieklacht van appellant en laat de problematiek rond de WAO-hiaat-verzekering buiten beschouwing.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vergoeding als gemeenteraadslid terecht als inkomen is aangemerkt, waardoor de WAO-uitkering van appellant wordt verlaagd.