Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI0629

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-8 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:15 AwbArt. 7:10 AwbArt. 7:13 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit wegens niet tijdig nemen van beslissing op bezwaar bij weigering voordracht advocaat-generaal

Appellant, mr. R.P. Schoute, werd door het College van procureurs-generaal niet voorgedragen voor benoeming als advocaat-generaal vanwege integriteitskwesties. Het college besloot dit op 2 juni 2008, met schriftelijke motivering op 16 juli 2008. Appellant maakte bezwaar en diende op 17 juli 2008 een beroepschrift in, dat als bezwaarschrift werd doorgezonden.

Appellant stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift. De Raad constateerde dat het college niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes of tien weken had beslist, mede door een communicatiefout.

De Raad oordeelde dat het niet tijdig nemen van een beslissing gelijkstaat aan een besluit en vernietigde het besluit. Het college werd opgedragen binnen vier weken alsnog een beslissing op bezwaar te nemen en bekend te maken. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.

Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd wegens niet tijdig beslissen en het college wordt opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen op bezwaar.

Uitspraak

09/8 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
mr. R.P. Schoute, wonende te Utrecht, (hierna: appellant),
en
het College van procureurs-generaal (hierna: college)
Datum uitspraak: 30 maart 2009
I. PROCESVERLOOP
Bij besluit van 2 juni 2008, dat op 5 juni 2008 mondeling aan appellant is meegedeeld en in een schrijven van 16 juli 2008 van een schriftelijke motivering is voorzien, heeft het college besloten om appellant in verband met enige integriteitskwesties niet voor te dragen voor benoeming als advocaat-generaal te Amsterdam. Een beroepschrift van appellant van 17 juli 2008, gericht tegen dit besluit, heeft de Raad bij schrijven van 23 juli 2008 met toepassing van artikel 6:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) naar het college doorgezonden ter behandeling als bezwaarschrift.
Appellant heeft bij brief van 18 december 2008 beroep ingesteld tegen - naar wordt gesteld - de weigering van het college om op het bezwaarschrift te beslissen.
Bij schrijven van 10 februari 2009 heeft de Raad aan het college verzocht te reageren op de stelling van appellant dat er nog geen besluit op bezwaar is genomen. Bij schrijven van 16 maart 2009 is namens het college meegedeeld dat er door een communicatiefout aan eigen zijde nog geen besluit op bezwaar is genomen.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit, zodat de Raad bevoegd is om uitspraak te doen op een beroep dat is gericht tegen een niet tijdig nemen van een nieuw besluit.
2. De Raad overweegt dat ingevolge artikel 7:10, eerste lid, van de Awb het college was gehouden om binnen zes weken of - indien een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van Pro de Awb is ingesteld - binnen tien weken na ontvangst van het bezwaarschrift te beslissen.
3. De Raad stelt vast dat toen appellant zijn beroepschrift indiende, de voormelde termijn (ruimschoots) was overschreden. De Raad acht het beroep tegen het niet (tijdig) nemen van een beslissing derhalve kennelijk gegrond. Dit met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing komt dan ook voor vernietiging in aanmerking.
3.1. In aanmerking genomen de sinds 17 juli 2008 verstreken tijd en de omstandigheid dat blijkens de brief van 16 maart 2009 ook in de periode tussen 10 februari 2009 en 16 maart 2009 geen aanvang is gemaakt met de behandeling van het bezwaar, zal de Raad het college opdragen om thans binnen vier weken zijn beslissing op bezwaar bekend te maken.
4. Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb is de Raad niet gebleken.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een beslissing op het door appellant tegen het besluit van 2 juni 2008 gemaakte bezwaar gegrond;
Vernietigt dat besluit;
Draagt het college op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak een beslissing op bezwaar te nemen en bekend te maken aan appellant;
Bepaalt dat de Staat der Nederlanden aan appellant het door hem betaalde griffierecht van € 145,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 30 maart 2009.
(get) M.C. Bruning.
(get) P.W.J. Hospel.
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
HD