ECLI:NL:CRVB:2009:BI0907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag ouderdomspensioen ondanks financiële situatie appellant
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van een toeslag op zijn ouderdomspensioen over de periode december 2003 tot en met januari 2004, omdat het inkomen van zijn echtgenote was gewijzigd en niet aan de Sociale verzekeringsbank (Svb) was gemeld. De Svb vorderde een bedrag van €720,74 terug, waarbij werd vastgesteld dat appellant geen aflossingscapaciteit had en daarom voorlopig niet hoefde terug te betalen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Uit onderzoek bleek dat appellant in de komende vijf jaar mogelijk wel aflossingscapaciteit zou hebben, waardoor jaarlijks onderzoek blijft plaatsvinden. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn sociale en financiële omstandigheden al bij het besluit tot terugvordering meegewogen hadden moeten worden, maar dit werd door de Raad verworpen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat het beleid van de Svb, waarbij financiële omstandigheden vooral een rol spelen bij de wijze van terugbetaling en niet bij de terugvordering zelf, niet buiten de wettelijke grenzen valt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de kosten werden niet aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de toeslag op het ouderdomspensioen en verklaart het hoger beroep ongegrond.