ECLI:NL:CRVB:2009:BI1215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken medisch objectiveerbare beperkingen
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering wegens nek- en bewegingsapparaatklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2005 stelde het UWV op basis van medische rapportages en een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna haar uitkering werd ingetrokken per 15 augustus 2005.
De rechtbank schakelde meerdere medische deskundigen in, waaronder een revalidatiearts die ernstige pijnklachten en bewegingsstoornissen constateerde, maar deze stoornissen waren niet gebaseerd op objectief medisch vaststelbare orgaanafwijkingen. De rechtbank oordeelde dat de FML niet onjuist of onvolledig was vastgesteld en dat appellante niet medisch arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de revalidatiearts een objectief beeld had geschetst van haar beperkingen, maar de Raad volgde de rechtbank en stelde dat de klachten onvoldoende medisch objectief waren onderbouwd. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en wees een nader medisch onderzoek af, aangezien appellante geen nieuwe medische informatie had aangeleverd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat appellante niet medisch arbeidsongeschikt is volgens de vastgestelde functionele mogelijkheden.