ECLI:NL:CRVB:2009:BI1373
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering ondanks medische beperkingen en functiebeschrijvingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de medische beperkingen van appellant niet verder gingen dan vastgesteld en dat de functies die hem werden aangeboden passend waren.
In hoger beroep klaagde appellant dat hij niet voldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunt ter zitting toe te lichten, mede door een verlate aankomst van zijn gemachtigde. De Raad stelde vast dat de rechtbank het UWV ter zitting had geconfronteerd met ontbrekende motiveringen van signaleringen, die alsnog werden toegelicht, maar dat appellant geen gelegenheid kreeg hierop te reageren. Hierdoor werd de procesorde geschonden.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank op deze grond, maar zag geen noodzaak tot terugwijzing omdat appellant alsnog zijn standpunt had kunnen toelichten. De Raad oordeelde inhoudelijk dat appellant ondanks zijn medische beperkingen de aangeboden functies kon vervullen. De klacht over toegenomen psychische klachten en artrose werd niet onderbouwd en niet bevestigd door medische rapporten.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering blijft in stand.