ECLI:NL:CRVB:2009:BI1607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd, waarna het UWV een nieuw besluit op bezwaar nam.
In hoger beroep betwist appellante de medische grondslag van het besluit en overlegt een brief van haar huisarts en een psychiatrisch expertise-rapport. De Raad schakelde een onafhankelijke psychiater in, die een minder ernstige psychische aandoening vaststelde dan door appellante werd gesteld. De Raad volgt in beginsel het oordeel van deze onafhankelijke deskundige.
De bezwaararbeidsdeskundige motiveerde adequaat waarom bepaalde beperkingen niet tot ongeschiktheid voor de functies inpakker en huishoudelijk medewerker leiden. De Raad acht de motivering consistent en voldoende onderbouwd en verklaart het beroep tegen het nieuwe besluit op bezwaar ongegrond. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd voor zover aangevochten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit op bezwaar tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.