ECLI:NL:CRVB:2009:BI1688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitsluiting recht op bijstand wegens verblijf in buitenland langer dan vier weken
Appellante ontvangt sinds november 2000 een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In 2006 verbleef zij gedurende zeven weken in het buitenland, wat de maximale toegestane termijn van vier weken per kalenderjaar overschrijdt. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen heeft appellante daarom vanaf 8 augustus 2006 voor drie weken uitgesloten van het recht op bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij tijdig haar vakantie had gemeld en dat het College haar niet had gewaarschuwd over de gevolgen van het overschrijden van de termijn van vier weken. De Raad oordeelde echter dat appellante redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de regels en dat het ontbreken van een waarschuwing geen vertrouwen rechtvaardigt dat een langer verblijf zonder consequenties zou blijven.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitsluiting van het recht op bijstand voor drie weken wegens verblijf in het buitenland langer dan vier weken.