ECLI:NL:CRVB:2009:BI1692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending medewerkingsplicht en niet-melding vakantiewoning
Appellant en zijn echtgenote vroegen op 4 oktober 2006 bijstand aan op grond van de WWB. Tijdens een huisbezoek op 24 oktober 2006 bleek dat appellant beschikte over een vakantiewoning in Marokko, die hij niet had vermeld op het inlichtingenformulier. Tevens weigerde hij nadere informatie te verstrekken over deze woning.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af op 8 november 2006 wegens niet-naleving van artikel 17 WWB Pro, en verklaarde het bezwaar ongegrond op 16 januari 2007. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing. Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende medewerking had verleend en onvoldoende duidelijkheid had verschaft over zijn financiële situatie, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De stelling van appellant dat de woning eigendom zou zijn van zijn broer werd niet onderbouwd. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door A.B.J. van der Ham op 14 april 2009.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking en niet-melding van vakantiewoning.