ECLI:NL:CRVB:2009:BI1702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen op gesprek ondanks uitnodiging
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd uitgenodigd voor een gesprek in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek. Hij verscheen niet op het gesprek van 30 oktober 2006 zonder bericht van verhindering. Het College schortte daarop het recht op bijstand op en nodigde appellant uit voor een nieuw gesprek op 3 november 2006. Ook hierbij verscheen appellant niet.
Het College trok vervolgens de bijstand met ingang van 30 oktober 2006 in en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat het niet verschijnen verwijtbaar was, ook gezien het feit dat appellant analfabeet was maar voldoende tijd had om te reageren en hulp te zoeken. Het College had daarom terecht het recht op bijstand opgeschort en ingetrokken.
De Raad zag geen reden om het College te verwijten dat het niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik had gemaakt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet verschijnen op verplichte gesprekken wordt bevestigd.