ECLI:NL:CRVB:2009:BI1713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit bijstand en herroept afwijzing wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Appellant diende op 13 april 2005 een aanvraag om bijstand in als alleenstaande. Het College wees deze aanvraag af wegens onvolledige gegevens over de inkomsten van zijn partner en financiële transacties. Na een huisbezoek en verdere correspondentie bleef het College bij haar standpunt dat appellant onjuiste informatie had verstrekt over zijn woon- en leefsituatie, waardoor de aanvraag werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. De Raad stelde vast dat de gegevens onvoldoende feitelijke grondslag boden voor het oordeel dat appellant zijn inlichtingenplicht had geschonden. De Raad concludeerde dat appellant zich consequent als alleenstaande had gepresenteerd en dat het College ten onrechte de aanvraag als gezinsbijstand had aangemerkt.
De Raad vernietigde het besluit van 13 december 2005 en herroept het besluit van 13 oktober 2005. Tevens bepaalde de Raad dat appellant over de periode van 21 juli 2005 tot en met 9 november 2005 bijstand naar de norm voor een alleenstaande ontvangt. Het College werd veroordeeld in de proceskosten en de gemeente Amsterdam moet het betaalde griffierecht aan appellant vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en appellant ontvangt bijstand als alleenstaande van 21 juli 2005 tot en met 9 november 2005.