ECLI:NL:CRVB:2009:BI1916
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemeld vrij te laten vermogen
Appellant kreeg vanaf 26 juni 2001 bijstand toegekend. Later bleek dat hij een verzekeringsuitkering had ontvangen vanwege inbraakschade, wat niet was gemeld aan het College. Het College herzag daarop de bijstand en vorderde een deel terug wegens overschrijding van het vrij te laten vermogen.
Appellant voerde aan dat een deel van de gestolen goederen aan zijn kinderen toebehoorde en dat een schuld aan een handelsonderneming niet was meegenomen in de vermogensvaststelling. De Raad volgde appellant niet in het eigendom van de goederen, maar wel in het betrekken van de schuld bij de vermogensberekening.
De Raad oordeelde dat appellant de inlichtingenplicht niet was nagekomen en dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het bestreden besluit was echter onjuist gemotiveerd en berustte op een onjuiste wettelijke grondslag, waardoor het vernietigd werd. De Raad bepaalde zelf de juiste intrekking en terugvordering en veroordeelde het College in de proceskosten.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt met terugwerkende kracht ingetrokken en de gemaakte kosten tot € 5.156,72 worden teruggevorderd.