ECLI:NL:CRVB:2009:BI2011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor gangbare arbeid
Appellant, laatstelijk werkzaam als onderhoudsmonteur/bankwerker, meldde zich op 18 september 2006 ziek vanwege tinnitusklachten. Het UWV stelde op basis van medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor gangbare arbeid zoals gedefinieerd in de Wet WIA en weigerde daarom verdere Ziektewetuitkering vanaf 8 november 2006.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder tinnitus, hyperacusis en psychische klachten, onvoldoende waren meegewogen. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef echter het eerdere oordeel dat appellant geschikt is voor de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid op inzichtelijke wijze was onderbouwd en dat de klachten van appellant onvoldoende medisch waren onderbouwd om het oordeel te wijzigen. De Raad concludeerde dat het UWV terecht de verdere Ziektewetuitkering heeft geweigerd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht een verdere Ziektewetuitkering heeft geweigerd omdat appellant geschikt is voor gangbare arbeid.