ECLI:NL:CRVB:2009:BI2054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 8 december 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV voldoende.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name omdat hij niet 10 kilogram kan tillen en gebruik maakt van een kruk. Hij stelde dat een onafhankelijk medisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad overwoog dat het door appellant overgelegde medische dossier onvoldoende aanleiding gaf om te twijfelen aan de vastgestelde beperkingen.
De Raad bevestigde dat het UWV rekening had gehouden met de psychische belastbaarheid en dat de functies die appellant kon verrichten, waaronder machinaal metaalbewerker, passend waren. Er was geen reden een deskundige te benoemen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.