ECLI:NL:CRVB:2009:BI2056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering met in stand blijvende rechtsgevolgen ondanks vernietiging besluit
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid verlaagde van 35-45% naar 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslag juist was.
In hoger beroep stelde appellant dat de herziening onbegrijpelijk was en niet was ingeleid met een primair besluit. De Raad overwoog dat het besluit van 7 juni 2004 als primair besluit geldt en deze grief faalt.
De Raad constateerde echter dat het UWV pas met de in hoger beroep overgelegde Functionele Mogelijkhedenlijst en aanvullende toelichting van de bezwaararbeidsdeskundige een voldoende motivering gaf. Hierdoor kwam het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking.
De Raad vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit volledig in stand blijven. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven ongewijzigd.