ECLI:NL:CRVB:2009:BI2104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende toetsbaarheid arbeidskundige beoordeling
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep van betrokkene deels gegrond verklaarde en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering vernietigde voor zover het de arbeidskundige beoordeling betrof.
De rechtbank oordeelde dat de aanpassing van het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) niet alle gebreken had opgeheven, waardoor de schatting van de arbeidsmogelijkheden onvoldoende transparant en toetsbaar was. De medische grondslag werd door de rechtbank wel als toereikend beoordeeld.
In hoger beroep stelde het UWV dat de aanpassingen aan het CBBS voldoende inzichtelijk waren en leverde een aanvullende arbeidskundige rapportage. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de arbeidskundige component niet als zelfstandig deelbesluit kan worden aangemerkt, waardoor gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is. De Raad concludeerde dat met de nieuwe rapportage voldoende inzichtelijkheid en toetsbaarheid is bereikt en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij het bestreden besluit geheel werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand bleven.
De grieven van betrokkene tegen de medische grondslag vielen buiten de omvang van het hoger beroep. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt geheel vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.