ECLI:NL:CRVB:2009:BI2255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging WW-uitkering wegens niet-naleving sollicitatieplicht
Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarbij zijn WW-uitkering werd toegekend met een verlaging van 20% gedurende zestien weken wegens het niet verrichten van sollicitatieactiviteiten voorafgaand aan zijn werkloosheid. Hij stelde dat hij niet wist dat hij direct moest solliciteren en dat de aanzegbrief onduidelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV de juiste maatregel had opgelegd.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelt vast dat appellant tijdig was geïnformeerd over zijn sollicitatieplicht en dat het niet verrichten van sollicitaties verwijtbaar is. Ook het argument dat de aanzegbrief onduidelijk was, faalt omdat appellant uit het aanvraagformulier en de omstandigheden had kunnen begrijpen dat hij direct moest solliciteren.
De Raad concludeert dat het UWV op goede gronden de maatregel heeft opgelegd en dat er geen reden is tot matiging. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel van 20% verlaging van de WW-uitkering gedurende zestien weken wegens niet-naleving van de sollicitatieplicht wordt bevestigd.