ECLI:NL:CRVB:2009:BI2268
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing overname geldlening bij toekenning WW-uitkering wegens ontbreken direct verband met dienstbetrekking
Appellant, werknemer bij een werkgever die failliet werd verklaard, had aan deze werkgever een geldlening verstrekt. Het UWV kende appellant een WW-uitkering toe, waarbij achterstallig loon, vakantietoeslag en reiskosten werden overgenomen. Appellant verzocht tevens om overname van de geldlening, maar dit werd door het UWV afgewezen omdat de lening niet als loon in de zin van artikel 67 WW Pro werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verstrekken van de lening geen direct verband hield met de werkzaamheden van appellant. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad overwoog dat appellant niet verplicht was uit hoofde van zijn dienstbetrekking de lening te verstrekken en dat de terugbetalingsverplichting van de werkgever daarom niet als loon kon worden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat er geen sprake was van een rechtens verschuldigde betaling door de werkgever in verband met de dienstbetrekking en verwierp het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak onderstreept het belang van het directe verband tussen loon en werkzaamheden voor de toepassing van de WW.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de overname van de geldlening als loon wordt bevestigd.