ECLI:NL:CRVB:2009:BI2296
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering van 80% of meer naar 55-65% arbeidsongeschiktheid per 26 september 2005. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen waren onderschat, mede op basis van informatie van het NOAGG waaruit meer psychische klachten zouden blijken dan door de psychiater Van Ittersum was gerapporteerd. De Raad overwoog echter dat deze informatie geen aanleiding gaf om te twijfelen aan de zorgvuldigheid en juistheid van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, mede omdat appellant geen tegenbewijs van deskundigen had overgelegd.
De Raad bevestigde dat appellant op de datum in geding in staat was om bepaalde functies te vervullen, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%. Ook werd geoordeeld dat de functiebelasting niet ontoelaatbaar was gerelativeerd en dat overschrijding van frequentie werd gecompenseerd door het niet bereiken van maximale belasting.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.