ECLI:NL:CRVB:2009:BI2525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig UWV-onderzoek en beoordeling taalbeheersing
Appellante, die wegens schouderklachten arbeidsongeschikt was, kreeg haar WAO-uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank bevestigde dit oordeel. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en overhandigde aanvullende medische stukken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV een zorgvuldig en deugdelijk onderzoek heeft uitgevoerd. De beperkingen van appellante zijn adequaat verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De ingebrachte medische stukken bevatten geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Hoewel ambulanceritten zijn geregistreerd, bieden deze geen objectieve medische onderbouwing voor extra beperkingen.
Appellante stelde dat zij vanwege onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal bepaalde functies niet kan vervullen. De Raad wijst dit af omdat er geen sprake is van een ziekte- of gebrekgerelateerde onmogelijkheid om de taal te leren. De Raad verwijst naar relevante wetsartikelen en eerdere jurisprudentie om te onderbouwen dat de taalbeheersing binnen zes maanden verworven kan worden en dat de betreffende functie relatief eenvoudig is.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd vanwege een zorgvuldig UWV-onderzoek en juiste beoordeling van beperkingen.