ECLI:NL:CRVB:2009:BI2710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemeld buitenlands onroerend goed
Appellanten ontvingen bijstand en hadden een woning in Nederland verkocht. Later kwam aan het licht dat zij ook onroerend goed in Marokko bezaten, waarvan zij slechts gedeeltelijk melding hadden gemaakt. Het College stelde op basis van onderzoek vast dat het vermogen boven de vrij te laten grens lag en trok de bijstand over diverse perioden in, met terugvordering van de kosten.
Appellanten voerden aan dat de waarde van het onroerend goed lager was dan vastgesteld, maar konden dit niet onderbouwen. De Raad oordeelde dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en terug te vorderen, ook omdat de vordering niet was verjaard. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden.
De Centrale Raad van Beroep wees het hoger beroep af en bevestigde het besluit van het College, zonder proceskostenveroordeling. Hiermee blijft de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het niet melden van buitenlands vermogen in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.