ECLI:NL:CRVB:2009:BI2773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering bijzondere bijstand voor schulden wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellanten ontvingen vanaf december 2004 een bijstandsuitkering en vroegen bijzondere bijstand aan voor hun schulden. Het College van burgemeester en wethouders van Venlo kende aanvankelijk een lening toe voor zeer urgente schulden, maar weigerde later verdere bijzondere bijstand omdat niet was voldaan aan de voorwaarden en het bestaan van enkele schulden niet was aangetoond.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten onder meer aan dat zij geen inzage hadden gekregen in het ambtelijke pre-advies en dat het College een tweede hoorzitting had moeten beleggen. De Raad verwierp deze gronden en oordeelde dat appellanten voldoende gelegenheid hadden gekregen om bewijs te leveren.
De Raad stelde vast dat het bestaan van drie schulden niet aannemelijk was gemaakt en dat appellanten beschikten over een bijstandsuitkering, waardoor zij niet in aanmerking kwamen voor bijzondere bijstand ter aflossing van schulden volgens artikel 13 WWB Pro. Ook ontbraken zeer dringende redenen in de zin van artikel 49 WWB Pro om hiervan af te wijken.
De psychische problematiek van appellanten en hun weigering tot schuldhulpverlening waren onvoldoende zwaarwegend om bijzondere bijstand toe te kennen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens ontbreken van zeer dringende redenen en onvoldoende bewijs van schulden.