ECLI:NL:CRVB:2009:BI2983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Geen kwijtschelding van totale resterende studieschuld ondanks gezondheidsproblemen
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van de IB-Groep om zijn totale resterende studieschuld niet kwijt te schelden. De rechtbank Haarlem had dit beroep ongegrond verklaard. Appellant stelde dat zijn gezondheidsproblemen zijn situatie uitzichtloos maken en dat de IB-Groep daarom tot kwijtschelding had moeten overgaan.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) twee situaties kent waarin resterende studieschuld tenietgaat: bij het einde van de aflosfase en bij overlijden. Daarnaast heeft de IB-Groep op grond van de hardheidsclausule (artikel 11.5 WSF 2000) een begunstigend beleid ontwikkeld voor drie extra situaties, waaronder terminale ziekte, langdurige coma en uitzichtloze psychiatrische opname.
De situatie van appellant valt niet binnen deze beleidsgrenzen. De Raad acht de weigering van kwijtschelding niet onredelijk en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de totale resterende studieschuld niet wordt kwijtgescholden.