ECLI:NL:CRVB:2009:BI3007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en bezit auto
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg stelde vast dat appellanten een auto bezaten met een waarde die de vermogensgrens overschreed, zonder dit te melden. Hierdoor werd de bijstand over de periode van 8 april 2004 tot 8 april 2005 herzien en teruggevorderd.
De rechtbank Breda oordeelde eerder dat appellanten de inlichtingenplicht hadden geschonden, maar vernietigde het besluit vanwege onvoldoende motivering. Het College herzag het besluit met een nadere motivering, waarna appellanten beroep instelden. De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door het bezit van de auto niet te melden.
De Raad stelt vast dat de waarde van de auto ruim boven de vrij te laten vermogensgrens lag en dat appellanten geen gegronde redenen hebben aangevoerd om dit te betwisten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de bijstand blijft in stand.