ECLI:NL:CRVB:2009:BI3020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvullende uitkering na ongeval op werk wegens ontbreken specifiek verband met werkzaamheden
Appellant, werkzaam als medewerker algemeen beheer bij de Universiteit Utrecht, raakte op 9 mei 2000 gewond doordat een whiteboard van de muur viel en op zijn nek en schouders terechtkwam. Hij stelde het college aansprakelijk en verzocht om een aanvullende uitkering op grond van artikel 41 van Pro de ZANU, naast zijn WAO-uitkering.
Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de schadevergoeding betrof, maar wees het beroep verder af. In hoger beroep stelde appellant dat het ongeval verband hield met de aard van zijn werkzaamheden of bijzondere omstandigheden, mede vanwege verbouwingen in het gebouw.
De Raad oordeelde dat het ongeval een ongelukkig toeval was dat ook buiten de werkomgeving had kunnen plaatsvinden en dat er geen specifiek verhoogd risico was verbonden aan de werkzaamheden of omstandigheden. Tevens verwierp de Raad het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door een bevoegd orgaan.
Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd, waardoor geen aanvullende uitkering wordt toegekend.