ECLI:NL:CRVB:2009:BI3024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering op grond van verzekeringspositie volgens Nederlands-Turks Verdrag
Appellante, woonachtig in Turkije, vroeg via het Turkse orgaan Bag-Kur een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot van appellante op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW, noch volgens de Turkse wetgeving. Appellante voerde bezwaar aan met bewijs van Turkse verzekering en een Turkse nabestaandenuitkering, maar de Svb handhaafde het besluit na bevestiging van Bag-Kur dat de echtgenoot alleen verzekerd was tot 1992.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep stelde appellante dat haar echtgenoot 25 jaar verzekerd was geweest en een Turks AOW-pensioen ontving. De Raad overwoog dat artikel 22, derde lid, van het Verdrag vereist dat op het moment van de verzekerde gebeurtenis daadwerkelijk een lopende verzekering volgens Turkse wetgeving moet zijn. Uit de stukken bleek dat de echtgenoot sinds 1992 niet meer verzekerd was en gepensioneerd was op het moment van overlijden in 2002.
De Raad concludeerde dat appellante daarom geen aanspraak kan maken op een ANW-uitkering vanaf mei 2002 en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter H.J. de Mooij op 23 april 2009.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een ANW-uitkering vanaf mei 2002 omdat haar echtgenoot toen niet verzekerd was volgens het Verdrag.