ECLI:NL:CRVB:2020:2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering op overlijdensdatum
Appellante, woonachtig in Turkije, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2018. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat de echtgenoot op de overlijdensdatum niet verzekerd was voor de ANW. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar echtgenoot zich vóór pensionering had ingekocht in de Turkse sociale verzekering en daardoor verzekerd zou zijn geweest. De Svb baseerde zich op herhaalde verklaringen van het Turkse orgaan Sosyal Güvenli Kurumu (SGK) dat er op het moment van overlijden geen daadwerkelijke verzekering bestond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 22, lid 3, van het Verdrag tussen Nederland en Turkije vereist dat op het tijdstip van overlijden sprake moet zijn van daadwerkelijke verzekering volgens Turkse wetgeving. Omdat de echtgenoot niet meer in dienstbetrekking was en niet actief verzekerd, was er geen recht op een fictieve verzekering. Ook was er geen sprake van verboden onderscheid of discriminatie.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering wordt geweigerd omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW.