ECLI:NL:CRVB:2009:BI3036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor WAO-functies
Appellant werd wegens rugklachten in 2002 arbeidsongeschikt verklaard voor zijn functie als magazijnmedewerker en ontving vanaf 2003 geen WAO-uitkering meer, maar een WW-uitkering. Via uitzendbureau Tempo Team werkte hij tijdelijk als magazijnmedewerker/timmerman, waarna hij zich in 2005 ziek meldde en ziekengeld ontving.
Het UWV beëindigde in maart 2006 het ziekengeld omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht voor de WAO-functies. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij werd vastgesteld dat de WAO-functies als maatstaf voor arbeid gelden en niet het laatst verrichte werk via Tempo Team.
De Raad onderschrijft dat het werk via Tempo Team niet passend was vanwege de fysieke belasting en dat appellant medisch geschikt is voor rugsparende WAO-functies. De Raad acht het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig en ziet geen reden om aan hun conclusies te twijfelen. De klacht over diploma-eisen is irrelevant in deze procedure.
De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het beroep van appellant af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor WAO-functies.