ECLI:NL:CRVB:2009:BI3038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellante, sinds 1983 arbeidsongeschikt wegens heupklachten, kreeg een WAO-uitkering die in 2007 werd herbeoordeeld. Verzekeringsarts Van Mourik concludeerde beperkingen maar geen volledige arbeidsongeschiktheid. De arbeidsdeskundige berekende een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%, waarna het UWV de uitkering introk.
In bezwaar bevestigde bezwaarverzekeringsarts Admiraal dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is, en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de belastbaarheid juist werd ingeschat.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische toestand niet was verbeterd en dat zij door pijnklachten en depressieve klachten niet kon werken. De Raad vond echter onvoldoende aanknopingspunten om de eerdere medische conclusies te verwerpen. De psychische klachten vielen buiten de procedure omdat die pas na de datum in geding waren gemeld. De Raad benoemde geen deskundige en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen.