ECLI:NL:CRVB:2009:BI3076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld wegens voortzetting bestaande dienstbetrekking zonder functiewisseling
De zaak betreft een geschil over de weigering van ziekengeld aan een werkneemster die zich per 29 maart 2005 ziek meldde. De werkgever had de arbeidsovereenkomst met de werkneemster per 1 september 2004 opgezegd en een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten voor een functie die volgens de werkgever nieuw was. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde ziekengeld op grond van artikel 29b, eerste lid, van de Ziektewet (ZW), omdat de werkneemster niet onmiddellijk voorafgaand aan de dienstbetrekking arbeidsgehandicapt was.
De rechtbank oordeelde dat vanaf 1 september 2004 sprake was van een nieuwe dienstbetrekking, waardoor recht op ziekengeld bestond. De Centrale Raad van Beroep stelde echter vast dat de arbeidsovereenkomst naadloos aansloot op de vorige en dat de werkneemster feitelijk dezelfde werkzaamheden verrichtte. Er was geen concrete, verifieerbare aanwijzing dat sprake was van een wezenlijk andere functie.
De Raad benadrukte dat het doel van artikel 29b ZW is om de kansen van arbeidsongeschikten op terugkeer in het arbeidsproces te verbeteren, en dat onder een nieuwe dienstbetrekking wordt verstaan een nieuwe aanstelling bij een nieuwe werkgever of een wezenlijk andere functie bij dezelfde werkgever. Omdat dit niet het geval was, concludeerde de Raad dat geen recht op ziekengeld bestond. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.