ECLI:NL:CRVB:2009:BI3096
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellante, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in januari 2007 een aanvraag in om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer met recht op een periodieke uitkering. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij weliswaar oorlogsgeweld had ondervonden, namelijk internering in het kamp Barongan te Djokjakarta tijdens de Bersiap-periode, maar er geen sprake was van een blijvende lichamelijke of psychische invaliditeit als gevolg daarvan.
De Raad toetste het besluit aan de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 en de daarbij gehanteerde criteria, waaronder de mate van beperkingen in vier rubrieken volgens de American Medical Association. Op basis van een medisch advies werd vastgesteld dat appellante lichte chronische posttraumatische stressstoornisklachten heeft, maar deze leiden niet tot beperkingen die voldoen aan de definitie van blijvende invaliditeit.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit deugdelijk is gemotiveerd en dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat. Ondanks de door appellante ervaren gevolgen, waaronder stotteren, is vastgesteld dat zij deze problemen grotendeels heeft overwonnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van blijvende invaliditeit als gevolg van oorlogsgeweld.