ECLI:NL:CRVB:2009:BI3098
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- C.P.M. van de Kerkhof
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging recht op ziekengeld na WAO-intrekking
Appellante, na intrekking van haar WAO-uitkering in oktober 2003, ontving een WW-uitkering en meldde zich in september 2005 ziek met rugklachten waarna zij ziekengeld ontving. Het UWV besloot per 4 juli 2006 dat zij vanaf 5 juli 2006 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet langer ongeschikt was voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank Maastricht bevestigde dat de maatgevende arbeid die voor appellante passend werd geacht, de functie van telefonist was. De medische rapporten van bezwaarverzekeringsartsen concludeerden dat appellante ondanks klachten geschikt was voor deze arbeid.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar gezondheid verslechterd was na de intrekking van de WAO-uitkering, maar de Raad oordeelde dat dit onvoldoende aannemelijk was om de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts te weerleggen. Er waren geen nieuwe gezichtspunten die het eerdere oordeel konden wijzigen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.