ECLI:NL:CRVB:2009:BI3100
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens te late betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, maar werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. De betaling vond pas plaats na de deadline, waardoor appellante in verzuim was.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld, maar de Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak fouten of nalatigheden van een gemachtigde in beginsel worden toegerekend aan degene die de gemachtigde heeft ingeschakeld. Hierdoor was het verzet ongegrond.
De Raad benadrukte dat hierdoor geen inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep mogelijk was. Het te laat betaalde griffierecht werd terugbetaald aan appellante en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 mei 2009.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens te late betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.