ECLI:NL:CRVB:2009:BI3106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- M.M. van der Kade
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering kinderbijslag wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage
Appellant woonde in Marokko en ontving kinderbijslag voor drie kinderen die niet tot zijn huishouden behoorden maar bij oudere zussen en broer woonden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde dat appellant niet had aangetoond de kinderen in belangrijke mate te onderhouden, een vereiste voor kinderbijslag bij uitwonende kinderen.
De Svb schortte de kinderbijslag op na onderzoek en vroeg bewijs van onderhoudsbijdragen. Appellant overhandigde bankafschriften, maar deze waren onvoldoende specifiek om aan te tonen dat de betalingen daadwerkelijk voor de kinderen bestemd waren. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Raad bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad benadrukte dat de onderhoudsbijdrage op een eenvoudig controleerbare wijze moet worden aangetoond, bijvoorbeeld via internationale postwissels of bankoverschrijvingen ten name van de kinderen of verzorgers. Appellant voldeed hier niet aan. Ook het argument dat hij zelf in Marokko woonde veranderde niets aan de bewijsstandaard.
Verder oordeelde de Raad dat de Svb terecht de kinderbijslag met terugwerkende kracht heeft ingetrokken en de onverschuldigde bedragen heeft teruggevorderd. Dringende redenen om van terugvordering af te zien waren niet aannemelijk gemaakt. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van kinderbijslag worden bevestigd omdat appellant onvoldoende heeft aangetoond zijn kinderen in belangrijke mate te hebben onderhouden.